Het was al vanaf het pad zichtbaar geweest, en terwijl we erheen wandelden waren we erover aan het speculeren geraakt. Elkaar afwisselend opperden we mogelijke aanleidingen voor het formaat en de bijzondere vorm van het object. Even stonden we stil en met een vlakke hand boven mijn ogen tuurde ik aandachtig naar dat merkwaardige ding.

In het tegenlicht zag ik kinderen er bovenop klimmen, hun silhouetten bewegend tegen het fonkelende water op de achtergrond. Het moest al tijden geleden buiten gebruik zijn geraakt, anders zou het daar niet in de rivier liggen. Het was vast een gebouwtje geweest want het was gemaakt van baksteen. Een industrieel gebouwtje, overblijfsel van de baksteenindustrie uit de vroege jaren. Bevestigend knikten we in de richting van het object.

Het was in de loop van de tijd in onbruik geraakt. Het was zo specifiek gebleken dat het zinloos was geweest het aan te wenden voor elk ander gebruik. Men had het verlaten, want het werk ging door. En in de loop van de tijd was het door de afkalving van het land langzaam omgevallen en in de rivier beland.

In stilte dacht ik: 'Uiteindelijk zal de rivier het doen verdwijnen. Geduldig zal het altijd stromende water het wegslijten tot losse korrels zand. In de buitenbochten van de rivier zal het naar de bodem zinken en terugkeren naar het land.'

Ik was tevreden met die betekenis.

ontwerp: Rolf Reichardt en Jasper Hermans
Prijsvraaginzending genomineerd voor uitvoering in 2010

X

 

ROLFREICHARDT

Deze site heeft Flash Player 9 nodig.

Klik hier om Flash te installeren.